/Toertocht Review: Styrkeprøven

Toertocht Review: Styrkeprøven

Toen Maserati mij begin 2016 uitdaagde om mee te doen met een van de langste en meest uitdagende toertochten ter wereld moest ik toch wel even slikken. De Styrkeprøven is een toertocht van 543 kilometer, met 4.500 hoogtemeters. Hoewel ik even twijfelde zag ik geen enkele reden om daar “Nee” tegen te zeggen. Dit moest ik ervaren!

Voorbereiding op de Styrkeproven

Ik hang de telefoon op met Maserati en vanaf dat moment begint de voorbereiding. Ik kijk naar het profiel van de rit en besef me al snel dat de voorbereiding op deze tocht niet alleen draait om kilometers maken en uren in het zadel doorbrengen. De grootste uitdaging zit in mijn hoofd, mentaal moet ik er helemaal klaar voor zijn. Ik ga op zoek naar filmpjes op youtube om een beeld te krijgen bij de route en ga op zoek naar ervaringen van andere rijders die de Styrkeprøven al eens (of meer dan eens) hebben gereden. Uiteraard stap ik zelf ook vaker op de fiets voor steeds langere tochten. De langste tocht in de voorbereiding was 250 kilometer.

Hoogteprofiel Styrkeprøven

De uitdaging van de Styrkeprøven is om hem binnen 24 uur te rijden. Om dat voor elkaar te krijgen moet je gemiddeld 22.5 kilometer per uur fietsen, inclusief stops. Op zich zou dit voor de meeste mensen haalbaar moeten zijn als je gespaard blijft van pech en ander malheur. De rit is alles bij elkaar opgeteld 543 kilometer lang en de truc is om de tocht per 100 kilometer op te delen.

De route gaat van Trondheim naar Oslo. Het grootste gedeelte van de weg fiets je over de E6, een provinciale weg waar de auto’s op de dag van de Styrkeprøven erg veel rekening houden met de fietsers. In totaal staan er zo’n 6.000 mannen en vrouwen aan de start om de uitdaging aan te gaan. Het weer blijkt een belangrijke factor te spelen en dan met name de wind. Als er een Noordenwind is dan is het koud, maar heb je wel wind mee. Als er Zuidenwind is dan is het wat warmer, maar heb je wel wind tegen. Stiekem hoop ik op Noordenwind, op de kou kan ik me kleden en de wind in de rug lijkt me goud waard. Ik speld mijn nummer alvast op mijn shirt en ga snel slapen. Het wordt een korte nacht en een lange dag.

KM 0 (start) – 100

De start in Trondheim is simpel en kleinschalig. Mijn groep start vroeg, midden in de nacht. De sfeer op de plein waar we starten is nogal bedrukt. Op de gezichten van de deelnemers is spanning af te lezen. Voor een aantal zijn er familieleden die juichen zodra we mogen vertrekken. Al snel ontstaat er een soort saamhorigheidsgevoel in de groep van zo’n vijftig deelnemers. We draaien kop over kop en iedereen doet zijn beurt. Op deze manier vliegen de eerste honderd kilometer voorbij. De eerste stop, na 62 kilometer rijden we voorbij. Iedereen heeft voldoende eten en drinken bij zich.

Het is koud, het regent en stiekem stijgen we ook langzaam maar zeker. Vlak voor het 100 kilometer punt is er een steile beklimming, waar de groep voor het eerst uit elkaar valt. De snelle mannen rijden door, de rest rijdt verder op eigen tempo. Het is zaak op dit soort momenten zo lang mogelijk bij een groep te blijven die net iets harder fietst dan je zelf zou kunnen. In je eentje is de Styrkeprøven twee keer zo zwaar, het punt dat ik alleen kom te zitten wil ik dus zo lang mogelijk uitstellen of zelfs voorkomen.

KM 101 – 200

Na 106 kilometer km is er een stop die we wel meepakken. Na deze stop stijgt de route naar het hoogste punt in de race. Gemiddeld stijgt de weg zo’n 3%, met aan de rechterkant een rivier. Op dit punt fiets je door een fantastisch natuurgebied en het het is het waard om alles goed in je op te nemen. Het is gestopt met regenen en de zon breekt langzaam door het dikke pak wolken. De route gaat door een soort vallei, met aan beide kanten prachtige watervallen. Na vijf en een half uur bereiken we het hoogste punt van de Styrkeprøven en komen we terecht op een hoogvlakte van zo’n dertig kilometer lang.


Hoewel er Noordenwind was voorspelt, hebben we hier toch echt flink wind tegen. Dat is een flinke tegenvaller, je kunt je namelijk nergens achter verschuilen en de wind heeft alle ruimte om aan kracht te winnen. Na een flink uur afzien is dit stuk voorbij, achteraf een van de zwaarste stukken van de route. En ook het stuk dat ik het meeste had onderschat van te voren. De afdaling richting Dombas gaat over een mooie brede weg. We kunnen lekker uitrollen tot in Dombas, waar ook weer een post staat waar we onze bidons, etensvoorraad en moraal kunnen bijtanken.

KM 201 – 300

De kilometers tussen 201 en 300 vliegen werkelijk waar voorbij. Na de stop in Dombas is de wind ons 100% gunstig gezind, de beloofde windkracht 3/4 in de rug komt eindelijk opzetten. Niet alleen het zetje in de rug in lekker, ook het constante lichte dalen doet ons goed. We fietsen met gemak 34 kilometer per uur gemiddeld over deze honderd kilometer. We stoppen even de bij stop in Kvam om ons volledig vol te gooien met eten en cola. We zijn inmiddels zo’n negen uur onderweg en het begint nu echt belangrijk te worden om flink te blijven eten. De moraal is gedurende deze honderd kilometer hoog, helemaal nadat we op onze kilometerteller zien dat we meer dan 271,5 kilometer hebben gereden. We zijn over de helft!
KM 301 – 400

Na kilometer 300 is het gedaan met het dalen. De zon maakt dat we nog kunnen lachen en grapjes kunnen maken, terwijl de benen nu toch echt slapper beginnen aan te voelen. De hartslag is een stuk constanter en komt niet meer in de buurt van het maximum. Aan alles merk ik dat het duurvermogen wordt aangesproken. Tot en met kilometer 350 blijft het nog redelijk vlak en rij ik rond in een flinke groep. Rond kilometerpaal 350 gaat de route van de grote weg (E6) af en gaat de route naar een kleinere weg dat steeds vaker op en afgaat. We komen steeds meer in bewoond gebied.

In alle dorpjes staan vrijwilligers op kruispunten en rotondes om de fietsers voorrang te geven. Mensen zitten in hun voortuinen om alle fietsers aan te moedigen, kinderen rennen stukjes met ons mee op een stijl stukje klimmen, een bakker heeft een standje voor zijn bakkerij gezet, waar fietsers gratis zoete broodjes mogen pakken, we komen langs een groep supporters en een heuse blaaskapel. Het moge duidelijk zijn; De Styrkeprøven is de Elfstedentocht van Noorwegen.

KM 401 – 500

Ook na het vierhonderd kilometer punt blijft het verraderlijk klimmen en dalen. De Noren in mijn groep weten hier echter goed mee om te gaan. Op de klim wordt er rustig aan gereden, maar zodra de klim iets afvlakt blijven ze dezelfde druk op de pedalen geven zodat de vaart en snel weer in gaat. Ik draai geen kopbeurten meer en ben blij dat ik nog in mijn groepje kan blijven. Uit de wind zit ik lekker en nog op mijn gemak.

Ik ben bang om te veel energie te verspillen, maar op het moment dat de Noorse reus die al tientallen kilometers op kop sleurt vraagt of er toch niet iemand anders ook kopwerk wil doen, begeef ik me toch maar naar het front. Na 15 kilometer zit mijn beurt er op. Ik móét uit de wind gaan fietsen, anders moet ik dadelijk lossen. De Noorse beer is echter zeer dankbaar en heeft voldoende energie opgedaan om de volgende tientallen kilometers weer op kop te sleuren.

KM 501 – 543 (finish)

Omdat de Styrkeprøven ieder jaar in het weekend van de midzomernacht wordt verreden is het maar een paar uur donker in de nacht. Hoe dichter we bij Oslo komen, hoe meer straatverlichting er is. Toch zetten we onze lampjes aan. De groep waarin ik fiets is uitgedund tot vier renners; De Noorse beer (ik schat hem rond de veertig), zijn moeder (leeftijd: 62), zijn vrouw (die het tempo nog net kan bijhouden) en ik. Het feit dat we tientallen eenlingen inhalen laat zien hoe fijn het is om uit de wind en in de groep te zitten. Ik besef dan ook dat lossen uit de groep geen optie is. Mijn Garmin is leeg, dus ik heb geen idee hoe ver we zijn, hoe ver we nog moeten en hoe hard we fietsen. Dat is ook allemaal niet belangrijk.

Ik weet niet of het bewust is gebeurd, maar we fietsen de laatste stop straal voorbij. Ik heb niet eens gezien dat er eentje was. In de verte doemt een grote lichtbal op. Daar ligt Oslo. Mijn moraal stijgt enigszins maar mijn benen kunnen niet harder. We komen langs een bordje dat aangeeft dat we nog 30 kilometer hoeven te fietsen, ik moet bijna huilen van geluk als ik besef dat ik het echt ga halen. Vermoeidheid doet gekke dingen met een mens.

Op het moment dat ik denk dat we er bijna zijn mogen we nog twee keer flink aan de bak. De eerste klim kom ik redelijk goed boven. De tweede klim is een steile beklimming op 15 kilometer van de finish, midden op de snelweg. De linkerbaan is afgesloten voor autoverkeer, de auto’s die hier midden in de nacht toch nog rijden toeteren en moedigen ons aan. Ik weet niet meer hoe ik boven ben gekomen, maar na een lekkere afdaling en nog wat kilometers vlak rij ik na 19 uur, 31 minuten en 48 seconden over de finish.

Kapot

Ik krijg van een knappe Noorse meid een medaille om mijn nek, er staan hersteldrankjes klaar, ik kan wat eten bestellen, ik kan gaan douchen. Ik kan mijn fiets uit elkaar halen zodat die klaar is voor de vlucht terug, ik kan naar huis bellen dat ik het heb gehaald (ook al is het 2 uur ’s nachts), maar ik kan ook languit op de grond gaan liggen en in slaap vallen. Dat laatste gebeurd. Ik ben gesloopt, maar voldaan.

Twee dagen lang heb ik last van mijn benen. De Styrkeprøven was op zaterdag. Op maandag kan ik weer enigszins normaal de trap oplopen. Wel heb ik erg last van mijn rug gehad, zodra ik lang ging zitten of als ik langer dan een uur in mijn fietshouding op de fiets zit doet het pijn. Een aantal weken ben ik voor behandelingen naar de fysiotherapeut geeest en die kan mij goed helpen door het los te masseren. Na vijf weken had ik nergens last meer van en was ik helemaal de oude.

Conclusie

De Styrkeprøven is een once in a lifetime ervaring. Het is een tocht waar je maanden voor traint en die al je verwachtingen zal overstijgen. Voor de één is de Styrkeprøven gekkenwerk, voor een ander is het een van de mooiste fietsuitdagingen ter wereld.